Uitspraak grote kamer evenredigheidsbeginsel

Uitspraak grote kamer CBb over de toetsing aan algemene rechtsbeginselen en (ander)
ongeschreven recht, in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel, bij een beroep tegen een
gebonden besluit dat berust op een algemeen verbindend voorschrift niet zijnde een wet in
formele zin (avv).
Ook een gebonden besluit dat berust op een avv kan (rechtstreeks) aan het
evenredigheidsbeginsel worden getoetst. Anders dan bij een gebonden besluit dat berust op
een wet in formele zin, geldt daarbij niet de “verdisconteringsbeperking”. Bij de toetsing van
een gebonden besluit aan het evenredigheidsbeginsel gaat het alleen (nog) over de
evenwichtigheid “onder de streep” van het besluit. Een besluit is onevenwichtig als het in de
gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbenden onredelijk bezwarend is. Dit
beoordelingskader is van toepassing bij elk gebonden besluit, ongeacht de grondslag. De
grote kamer van het CBb vult tevens de uitspraken van de grote kamer van de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285)
en van 1 maart 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:772) nader in.
De grote kamer van het CBb vult ook de rechtspraak over exceptieve toetsing van een avv
zoals ingezet met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 juli 2019
(ECLI:NL:CRVB:2019:2016) nader in. Precisering van het beoordelingskader.
In deze zaken worden enkele bepalingen in de TVL (eerst) exceptief getoetst aan het
gelijkheidsbeginsel en niet onrechtmatig bevonden. De bepalingen zijn daarmee verbindend.
De toepassing van diezelfde bepalingen wordt (vervolgens) rechtstreeks getoetst aan het
evenredigheidsbeginsel en niet onevenwichtig bevonden. De bepalingen hoefden daarom
door het bestuursorgaan niet buiten toepassing te worden gelaten.

Nieuwe overzichtsuitspraak planschade

Bij uitspraak van 28 september 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2582) heeft de Afdeling aanleiding gezien om, gelet op de in de rechtspraktijk levende...